In de 17de eeuw ontstonden zowel in Nederland als in Schotland vormen van spel, die verwant zijn aan golf zoals we dat nu kennen. In eerste instantie werd het spel gespeeld op “links”-land, duingebieden (zand) parallel aan de zee. Door de aanwezige schrale vegetatie konden hier alleen de schapen grazen en was het voor verder agrarisch gebruik niet interessant. Doordat deze gebieden laag gras hadden, maaimachines bestonden nog niet, was het geschikt om te golfen. Het terrein is letterlijk gevormd door moeder natuur. De 18 holes zijn verdeeld in twee maal 9 holes. In oorsprong 9 holes naar het verste puntje van het terrein (“out”) en 9 holes weer terug naar het clubhuis (“in”). Heden ten dage is het gebruikelijk 2 cirkels van 9 holes te creëren. (hole 1 en 10 starten nabij het clubhuis en hole9 en 18 eindigen dicht bij het clubhuis)
Toen de techniek het mogelijk maakte en de sport populairder werd, konden ook andere terreinen geschikt gemaakt worden voor het spelen van golf.
De eerste golfbannen in het binnenland ontstonden rond de industriële revolutie in Groot-Brittannië op de 'woeste'-gronden (heide op 'arme' zandgronden). In Nederland zijn banen als de Noordwijkse, de Koninklijke Haagsche, de Pan en de Rozendaalse voorbeelden van ontwikkelingen rond de vorige eeuwwisseling. Ze zijn vrijwel allemaal ontwikkeld op zand gronden. (utrechtse heuvelrug, duinen, zanddverstuivingen in Brabandt) Van naturen hebben deze terreinen al een zeer geonduleerd karakter.
Pas sinds de jaren '60 is men mondjes maat golfbanen gaan ontwikkelen op andere locaties dan op zandgronden. Heden ten dagen vindt men golfprojecten op nagenoeg alle bodemsoorten en in alle landschapstypes mede omdat de techniek dit mogelijk maakt. Zelfs op voormalige stortplaatsen.
In het verleden was de golfbaanarchitect geneigd de golfsport zelf centraal te stellen. Met vaak als resultaat veel, ogenschijnlijk gelijk ogende golfbanen, die als een ‘autonome’ ontwikkeling in het landschap liggen verspreid. Te vergelijken met de bebouwing van de randzones langs snelwegen.
De moderne golfbaanarchitect echter stelt dat de golfer te gast is in het landschap. Hij heeft als doel de golfbaan te voegen in het aanwezige landschap. Het realiseren van een golfproject zal landschapstypen kunnen versterken en waar gewenst ‘nieuwe natuur’ creëren. Golfprojecten zijn bij uitstek een manier om op een duurzame wijze landschap vrij te houden van bebouwing, z.g. inrichting van buffer zones.
De hoogst gewaardeerde golfbanen in Nederland zijn nog altijd de ‘oude’, klassieke banen. Maar de moderne nieuwe golfbanen genieten een steeds grotere mate van populariteit (oa. Houtrak - Amsterdam, Bleijenbeek Afferden). Waarom de 'oude' banen zo hoog op de ranglijst staan is moeilijk te duiden.
Enkele belangrijke esthetisch elementen die bepalend zijn voor de 'waardering' zijn onder andere een magisch uitzicht, beplanting en geonduleerde fairways. Naast de golftechnische aspecten, de strategie van de holes, is ook de kwaliteit van het onderhoud van grote invloed op de waardering van de golfbaan. Gasten van clubs van elders kunnen over de kwaliteit van de baan gaan praten. “Mooie, snelle greens” en “spectaculair uitzicht!”. |